Luna

Deze metafoor is geschreven naar aanleiding van roken en ongezond eten.


Er was eens een mooie, vrolijke, lieve vrouw, die het leven bewonderde, die van de mensen hield en een taak in het leven zag om goed voor elkaar te zijn en om te zorgen. Haar hart was vol liefde voor haar medemens. Haar liefdevolle karakter, duldde geen onrechtvaardigheid. Ze liet haar stem horen wanneer ze er vanuit haar rechtvaardigheid, voor de ander zou moeten zijn. Dan stond ze, krachtig en onbreekbaar haar standpunt uit te leggen, zonder de ander te willen breken of aan te vallen.

De mooie, lieve, vrolijke vrouw, woonde in de stad. Ze werd graag gezien, gehoord en door iedereen blij gegroet. Haar twinkelende blauwe ogen straalden uit wat ze was: liefde.
Maar alle liefde die ze had, hield ze voor zichzelf verborgen, het raakte haar eigen verlangen niet. Wat ze een ander gunde, ontnam ze zichzelf. Wat ze een ander aan liefde gaf, onthield ze zichzelf. Haar warme knuffels bereikten nooit haar eigen lijf. Haar warme woorden, bereikten nooit haar eigen hart. De mooie, lieve, vrolijke vrouw, droeg de naam Luna.

Op een dag scheen de zon met warme stralen door het raam van haar slaapkamer. Luna deed haar ogen voorzichtig open. “Mmmmmm… heerlijke zon, wat fijn dat je er weer bent,” sprak ze half wakker en zachtjes uit. De zonnestraal deed extra haar best om warmer over het lichaam van Luna te stralen. Ze greep de deken van Luna en liet die naast het bed op de grond glijden. Luna verbaasde zich en probeerde half zittend tegen de muur haar verbazing weg te gapen. De zon had nog nooit eerder zo warm op haar huid aangevoeld. Wat gebeurt hier, dacht ze en raapte haar deken onnadenkend van de grond.
De zon haalde er nog wat stralen bij, zodat de kamer van Luna oogverblindend licht werd. Luna werd er stil en rustig van, ze wist niet wat ze moest doen. De warmte van de zon voelde aangenaam, ze sloot haar ogen. Luna gleed in de armen van de zonnestralen en werd teder door de zon meegenomen. “Niet bang zijn Luna,” fluisterde de zon. “We gaan even op reis.”

Zo kwam Luna op de maan terecht. “Wat doe ik hier?” riep ze geschrokken en een beetje boos! “Hier kan ik toch niet leven? Hoe kan ik alleen leven hier?” Op de maan heerste zo'n ijzige stilte, dat Luna haar eigen diepste verlangen kon horen huilen. “Wat gebeurt er met me?” Haar diepste verlangen had ze zo lang niet meer gesproken, dat Luna haar ook echt vergeten was. “O, mijn lieve zelf” huilde haar diepste verlangen, ik heb je zo gemist. Ik voelde me zo verlaten door jou. Heb je me niet horen huilen toen ik huilde? Heb je me niet horen lachen, toen ik lachte? Luna raakte verward. “Wat bedoel je? Ik snap er helemaal niets van!” “Mijn lieve zelf,” sprak haar diepste verlangen, “ik wil je geen pijn doen en verdriet geven, maar ik voel me zo genegeerd door jou, door jouw liefde.” Luna kreeg het warm, benauwd en voelde pijn op haar borst. Ze werd er nog onrustiger door. “Maar wat doe ik dan niet goed?” sprak ze verbijsterd en lachend tegelijk.
 “Lieve Luna, mijn eigen zelf! Je luistert niet! Je voelt me niet! En zodra je me wel voelt, rook je mij met grote halen weg… Vul je je lijf met ongezonde rommel en sluit je je weer van mij af! Het voelt of je bang bent om mij te voelen, naar mij te luisteren, naar je diepste verlangen, je diepste zelf….  Lieve Luna, houd van mij! Voel mij! Wees lief voor mij!” De ogen van Luna raakten betraandZe werd koud en rillerig… Ze slikte een grote brok in haar keel weg en zei: “Ik hou echt wel van jou, mijn verlangen, mijn diepste zelf. Maar wanneer ik mij aan jou, mijn verlangen geef, ben ik bang dat ik er niet meer voor de ander kan zijn. Dat ik helemaal niets beteken en een eenzaam leven zal leiden. Begrijp je dat, mijn verlangen?”
Het verlangen, haar diepste zelf, stopte met huilen. Ze was zo lang zo verdrietig geweest en voelde zich eindelijk weer gehoord en gevoeld, nu Luna haar in haar ogen keek. Ze ziet me weer, dacht ze en voelde zich sinds lange tijd weer één met Luna.
 “Samen zijn we zon en maan Luna! Samen zijn we kracht en zwakte. De zwakte van kwetsbaarheid is sterker dan de verlangende macht van het ego, dat aandacht wil en waardering moet voelen om er te mogen zijn. Het ego is altijd eenzaam Luna, heel eenzaam!
Luna reikte haar armen uit naar haar diepste verlangen, ze streelde het en omarmde haar. “Ik hou van jou, mijn verlangen, mijn diepste zelf. Ik heb je zo verwaarloosd, dat spijt me.  Ze hield haar verlangen stevig vast. “Ik laat je niet meer alleen. Ik ga je voeden met liefde en iedere dag zal ik even in stilte naar je luisteren.” Luna sloot haar ogen en voelde een diepe hartstocht voor zichzelf. Ze doorstond de pijn om weer bij haar diepste zelf te zijn en haar te voelen.
Op dat moment kwamen de zonnestralen weer op de maan. Luna werd als een pasgeborene in de stralen van de zon gewikkeld. De zon fluisterde zachtjes “Wees een zon Luna, de maan schijnt alleen wanneer mijn stralen haar raken. Straal vanuit je diepste eigen zelf, omarm je ziel en je zult voor iedereen een zon zijn.”
Teder legde de zon Luna in haar bed terug en gleed weg onder de horizon.
Toen Luna wakker werd, hing er een grote volle maan voor haar slaapkamerraam. Ze stond op, opende het venster en riep naar de maan: “Ik weet niet waarom mooie maan, maar vanaf nu gaan we het anders doen.” Ze pakte een spiegel en keek lief lachend naar haar zelf. “We gaan het anders doen mijn lieve diepste zelf.” En kuste haar lippen.