Kracht

Deze metafoor is geschreven naar aanleiding van angst voor stoppen met roken


Een grote stoere man die zijn grootste kracht niet erkende, wandelde door het bos dat hij, op één bijzonder bospad na, zeer goed kende. Hij genoot van de natuurlijke schoonheid, het gezang van de vogels en de wind die met de bomen speelde. Het was zomer en het zonlicht schitterde door de kruinen van de bomen op het zandpad dat hij volgde. Zijn blote voeten lieten een duidelijke afdruk achter in het zand. Het pad was de dag ervoor, door wind en regen strak getrokken en schoongeveegd. De schoonheid van de natuur ontroerde hem ieder keer weer. De geuren, kleuren, en de stilte, waarin het hart van het bos te horen was… Hij knielde in het zand. Gedachten vlogen door zijn hoofd. Het leven was mooi als het zich altijd in deze schoonheid kon bevinden. De rust en vrijheid voelen. Eén zijn met de wereld om je heen. Verbondenheid.

Zonder dat hij het zelf in de gaten had, sprak hij zijn gedachten uit. Het ging allemaal vanzelf. De zorgen die soms zo diep voelbaar waren, gleden hier van hem af en werden één met het door wind en regen, strak geveegde pad. Tot aan het moment dat hij rechts van hem keek, het zijpad dat naar het hart van het bos leidde. Het was het pad dat hij altijd zo snel mogelijk voorbij liep en waar hij deze keer onbewust zijn rustplek had genomen.
Hij vloekte en zuchtte. “Hoe kan ik hier nu gaan zitten? Het hele bos vind ik prachtig maar dit pad vrees ik!” Het pad had laag hangende takken en sporen van wild gedierte liepen door elkaar. Bomen omarmden elkaar als broeders en zusters. Het zonlicht werd goed gefilterd, maar gaf nog voldoende licht voor wie het bospad zou willen volgen. Dichter bij de natuur kan je niet zijn dan wandelend op dit pad. Een pad dat je moet volgen met vertrouwen. Want een pad volgen dat je niet vertrouwt, geeft spanning. Juist voor dit pad is spanning de energie die takken laat breken en de grond onder je voeten weg laat zakken. Maar in vertrouwen dit pad bewandelen, naar het hart van het bos, kan alleen maar vreugde brengen en vrijheid geven.
Zijn handen streken door het zand en de bewegingen die hij maakte werden door zijn woede groter en sneller. Hij keek naar zijn grote handen en volgde met zijn ogen de bewegingen. De rust die hij net nog met zoveel liefde had ervaren, de eenheid, de vrijheid, verdween in onrust en in een boos, angstig en gespannen lijf. “Waarom durf ik nooit dat pad te nemen, terwijl ik weet dat het mij zal leiden naar de kern van het bos en naar de overwinning van mijn ego?” Een verdrietig en verloren gevoel overweldigde hem. De schoonheid van het bos verdween uit zijn zicht en hij gaf zich volledig over aan zijn verdriet en woede. Met zijn handen als harken, veegde hij alle rust van het pad met grote halen weg. Een rookwolk van zand omringde hem.
Langzaam trok er een grote zwarte schaduw over hem heen. De wind zette aan en het bos werd wild en luidruchtig. Onverstoorbaar ging hij met zijn vinger-gehark verder en in zijn hoofd versterkte hij zijn gedachten. “Ik kan het niet! Wat houdt mij steeds tegen om dat pad in te slaan? Ik ben een slappeling, een lafaard!” Hij merkte niets van de ommekeer in de omgeving. Hij merkte niet, dat de vogels stopten met het vrolijke gezang en luid schreeuwden. Hij merkte helemaal niets van de grote zwarte schaduw die hem volgde… Hij voelde zich thuis in zijn eigen vertrouwde onrust. 
Totdat hij met zijn harkende vingers twee enorme klauwen aanraakte en zo enorm schrok, dat hij als een klein kind van angst verstijfde. Zijn hart ging tekeer en bij het snakken naar adem, zakte hij door zijn armen in het zand. Zijn ogen stijf gesloten. Hij realiseerde zich de onrust waarin hij was verzonken en voelde een verlamd lijf. Voorzichtig keek hij omhoog. Als hij niet al op de grond had gelegen, was hij nu zeker ter plekke neergestort. 
Een immens grote uil stond over hem heen gebogen. Hij voelde zijn warmte als een deken over zijn angstige lijf heen gedrukt. De uil deed twee stappen terug en liet de krachtige man de stralen van de zon aanschouwen. De man sloeg zijn hand boven zijn ogen om het licht te keren en te kunnen zien wie of wat er zo dichtbij hem stond.
 “Dag meneer”, sprak de uil met een wijze stem van een leraar, zoals je van een uil zou kunnen verwachten. “Ik bewonder uw enorme kracht.” Voorzichtig en verbijsterd kroop de man overeind en ging zitten. “Mijn kracht?” zei hij verbaasd. “Ik voel me juist zo verloren door mijn kracht. Er is iets in mij wat mij weerhoudt om het goede te doen, om mijn gewoontes te overwinnen. Ik ben een angsthaas, en u zegt mijn kracht te bewonderen!?” “Er is nogal wat kracht voor nodig om je eigen wil tegen te spreken.” sprak de uil, “Ik heb gezien hoe enorm u van de schoonheid van dit wonderlijke bos aan het genieten was. Ik heb uw kracht gezien waarmee u uzelf op dat zelfde moment ongelukkig maakte. U ging met al uw kracht in op de energie van verdriet en in het slachtoffer zijn van uw eigen kracht. Dat noem ik erg krachtig, heel erg krachtig!” “Wat bedoelt u? Ik begrijp u niet. Als ik zo krachtig zou zijn, waarom kies ik dan niet om het pad naar het hart van het bos te nemen?” sprak de man met een huilende stem. “Omdat je het eigenlijk niet echt wil, je voelt je veilig bij je ego, je geeft je kracht aan je ego en gaat mee in het verdriet en boosheid, dat is jouw bekende weg” fluisterde de uil. 
 “Beste krachtige man,” sprak de uil met een wijze stem en sloeg broederlijk een vleugel om hem heen. “Het is je eigen kracht die je tegen houdt. Bevrijd je gedachten van het denken dat je niet sterker dan je ego bent. Verrijk je gedachten door te geloven dat je jezelf ervan bevrijden kan. Het is je eigen kracht! Jij doet wat er gebeurt.” “Hoe dan…?” stamelde de krachtige man. "Vertrouw op je eigen kracht." Sprak de uil, waarop de vleugel van hem afschoof en er nog een korte windvlaag voelbaar was.
 “Oehoe! You Do!” klonk het boven zijn hoofd.

De man kroop verward overeind, klopte het zand van zijn kleren en keek om zich heen en naar boven. Dit was een wonderlijke ervaring. Hij keek naar de grond waar het een grote warboel was geworden. De geluiden die bij een bos horen waren weg, de wind was niet meer voelbaar. De grond onder zijn voeten zag er onrustig uit. Hij deed een paar stappen naar achteren en keek naar de twee vierkante meter waarop hij zijn onrust had gegooid. De grote sporen van de klauwen van de uil waren nog duidelijk zichtbaar.
 “Het is mijn eigen kracht, ik doe wat er gebeurt”. Hij keek, dit keer met een rustig gevoel in zijn lijf, naar het pad rechts van hem. Het pad wat je met vertrouwen moet bewandelen om bij het hart van het bos te komen, het pad naar vrijheid…

Bewandel je het met vertrouwen, of bewandel je het met angst? De resultaten komen uit je eigen acties, veroorzaakt door je eigen kracht.