Feng

Deze metafoor is geschreven naar aanleiding van het stellen van eigen verwachtingen, niet durven loslaten en het vasthouden aan een intense wens


Wanneer oma bij haar kleinkinderen op bezoek kwam, vertelde ze altijd voor het slapen gaan een verhaaltje. Oma kon mooi vertellen en de kinderen vonden het heerlijk om naar haar te luisteren en te kijken. Want als oma vertelde, twinkelden haar ogen en was het of het een echt gebeurd verhaal was. Oma vertelde over Feng. Feng was een meisje dat met turnen de beste wilde zijn op de evenwichtsbalk, en dat was ze eigenlijk ook. Ze werd erom bewonderd en in het dorp wist iedereen dat Feng een talent was. Feng wilde alleen op de balk haar kunsten uitvoeren, alle andere toestellen betekenden niet zoveel meer voor haar. Op de balk voelde ze zich bijzonder en de beste. Evengoed als de andere meisjes kende ze de angst op de balk om uit evenwicht te raken bij een moeilijke sprong, maar ze sprong steeds weer door haar angsten heen. Dat maakte dat Feng bewonderd werd en dat ze waardering voelde in wat ze kon en deed. Dit werd tevens haar drijfveer om de beste te zijn en te blijven. Feng was niet haar echte naam. Ze had de naam Feng gekregen, doordat ze als een windvlaag over de balk heen danste en bewoog. Het leek er niet op dat de mooie kunsten haar enige moeite koste. Haar bewegingen waren zo soepel, dat Fengde Chinese naam voor ‘de wind’, kreeg toebedeeld. Ze was zo gewend geraakt aan deze naam, dat ze haar eigen naam al bijna vergeten was.

Haar vader was erg trots op zijn dochter en had in de tuin een evenwichtsbalk voor haar gemaakt. Feng stapte daar iedere dag op om te oefenen, te oefenen en te oefenen. Ze was erg streng voor zichzelf. Iedere oefening moest voor haar perfect zijn. Ze stopte niet eerder met haar kunstjes tot het tijd was. Hoe moe ze ook was, hoe goed het ook ging, stoppen deed ze op de tijd van de klok, niet wanneer ze moe was. Feng had zich een doel gesteld en een verwachting eraan vastgelegd. Ze zou de beste en de eerste zijn voor de komende wedstrijd. Daar ging ze voor en daar richtte ze zich volledig op. Wanneer het oefenen niet zo goed ging, kon Feng erg boos worden op zichzelf. Ze accepteerde geen misstapjes in haar balans. Feng ging voor het beste, eiste perfectie van haar eigen kunsten, ze wilde niemand teleurstellen en zeker zichzelf niet.
De dag van de grote wedstrijd naderde, de spanning was groot, dit zou haar dag zijn. Feng was door al het trainen wat vermoeid geraakt. Ze negeerde dit van haar eigen lijf. Ze was streng geweest en de vermoeidheid werd door haar niet geaccepteerd, dat zou haar in de weg hebben gestaan. De spanning voor de wedstrijd had ook zijn invloed gehad op het slapen. Ze lag vaak wakker en kon moeilijk loslaten dat het winnen van de wedstrijd heel erg belangrijk voor haar was.

In de grote sporthal stond de evenwichtsbalk in het midden van de zaal opgesteld, met daar omheen alle andere turntoestellen. Een grote tribune omcirkelde de zaal en de stoelen waren al druk bezet toen de turnsters de sporthal binnen liepen. Muziek was luid hoorbaar, eveneens het geroezemoes van het publiek in de sporthal.
Feng mocht als eerste beginnen met haar oefening. Het werd stil om haar heen, ze sprong met de mooiste sprong de balk op. Het publiek was erg onder de indruk en applaudisseerde luid. Ze riepen: “Feng! Feng! Feng! Het gejuich leidde haar zo af, dat haar concentratie werd onderbroken en ze uit balans raakte. Ze probeerde haar wankelende stap te corrigeren, maar haar vermoeide lijf kon het niet meer herstellen. Ze viel en lag naast de balk op de mat. Het publiek was in één klap stil en Feng bleef liggen. Het werd zwart voor haar ogen, opstaan lukte haar niet meer…

Aan de ontbijttafel heerste een eenzame stilte. Feng zat met een bord eten en een kop thee die allang was afgekoeld aan tafel. Ze staarde door het raam de tuin in richting de balk waar ze iedere dag zo hard op had getraind. De verwachting van zichzelf, in haar kunsten en om de beste te zijn, was stuk geslagen. Ze had echt gedacht dat al het trainen tot het beste zou leiden, dat ze de kampioen zou worden… Het deed haar pijn, deze teleurstelling was zo hard voor haar, ze voelde zich leeg en verloren. Feng was ontroostbaar, haar hart huilde. Haar vooruitzicht was weggeslagen, een totale leegte was wat ze voelde…
De balk stond verloren in de tuin. Het waren de vogels die er dagelijks op zaten om zich te wassen en even te rusten. Feng had de balk al weken niet meer aangeraakt.

Op een nacht, toen Feng lag te slapen hoorde ze gefluister, Feng, lieve Feng, pssst”. Feng opende haar ogen en keek verbaasd…  Het vensterraam stond open en het geluid kwam van buiten. Het was volle maan, wat de nacht helder en licht maakte. Feng stapte uit haar bed en hing uit het raam naar buiten. “Wie riep mij?” Voor het huis van Feng lag een klein meertje. Het had nooit echt haar aandacht getrokken. Het water schitterde prachtig in het maanlicht en in het water vormde zich een grote cirkel van ruim een meter breed. De cirkel kwam langzaam omhoog en vormde een gedaante van water. Door het licht van de maan werd het een groot schitterend beeld.
 “Hey wat doe je hier, hoe kom je hier? Droom ik?” sprak Feng. Het waterbeeld begon te praten. “Lieve Feng, ik ben Shui. Ga je even met me mee, dan laat ik je wat moois zien. Je hoeft alleen maar te doen wat ik zeg en dan gaat alles vanzelf. Houd je armen wijd uit elkaar, zoals een vogel die vliegt.” Feng vond het wel spannend en zonder dat ze het door had, zweefde ze door het raam naar de waterkant. Ze landde voor het waterbeeld zachtjes in het gras. “Wat heerlijk om te vliegen zeg.” sprak Feng blij. “Maar vertel eens wat doe jij hier en hoe kan dit, ik heb nooit eerder water horen praten en laat staan met armen als vleugels gevlogen.” Het water bewoog sierlijk en maakte zich wat kleiner, zodat Feng niet omhoog hoefde te kijken. “Lieve Feng, jouw naam betekent wind en ik ben het water, Shui. Ik kom je vertellen dat je meer bent en kan dan wat je tot nu toe hebt gedaan en laten zien. Want lieve Feng, zeg eens eerlijk, wat heb je eigenlijk gedaan?” Feng ging er maar bij zitten, het voelde wel veilig en ze voelde ook een fijne rust in haar hoofd. Dat had ze eigenlijk nog nooit eerder zo gevoeld. “Uhmwat bedoel je toch?” En keek het water aan. “Het is je niet gelukt hè Feng?” zei het water. Je had gedacht dat je de wedstrijd zou gaan winnen. Je hebt al die tijd geleefd om de beste op de balk te zijn en te blijven. Je had geen aandacht voor al het andere. Je leefde en groeide van de aandacht van de anderen die jou bewonderden. De aandacht heeft je gevoed, je kon niet meer zonder. Het werd je drijfveer, je verwachting om de beste te blijven.” Feng was verbaasd over de woorden van de spraakwaterval. “Ja maar,” sprak ze, “wat is er mis aan om een verwachting te hebben?” Ze begon wat heen en weer te lopen door het gras. “Een verwachting is de valkuil van de teleurstelling lieve Feng.” sprak het water teder. “Blijf doelen stellen in je leven en wees flexibel met de resultaten. Het is goed om het beste uit jezelf te halen, maar dat werkt alleen als je er geen verwachting aan stelt.”
Feng vond het vervelend dat Shui haar naar zichzelf liet kijken, die confrontatie wilde ze niet. Het moest gewoon goed zijn en goed gaan. Daar wilde ze hard voor werken. Voor haar was dat de manier van slagen, op die wijze kon ze kansen creëren. “Ja maar,” sprak Feng, nu een beetje lachend naar de waterberg, “jij kan makkelijk praten, jij bent van water en hoeft alleen maar met de golven mee te gaan.” Het water schoot in de vorm van een tornado omhoog. Het draaide mega hard rond. “Gooi die tak naast je boven in mijn opening Feng en zie wat er gebeurd” commandeerde het water. Feng pakte de tak en gooide deze zo goed als ze kon met al haar kracht in de opening van de tornado. De tak kwam middenin het watergedaante terecht en verdween voor haar ogen. In één kleine seconde werd de watertornado helder en doorzichtig. Door het licht van de maan kon Feng de tak rond zien slingeren. Het ging mee met de beweging van het water. Er was geen verzet, geen weerstand. De tak draaide met het water naar beneden en toen het de oppervlakte raakte, viel de tornado uit elkaar. De stok dreef onaangetast op het water. “Heb je het gezien Feng?” vroeg het water. “Wanneer je je niet verzet en het allemaal laat gebeuren, het los laat… Is er niets aan de hand.
Jij bent de wind Feng. Voor jou is het net zo makkelijk als voor mij. Je moet mee vormen, mee bewegen. Wanneer je dat niet doet, heb je het zwaar en zal je vaak teleurgesteld zijn. Ik ben het water, inderdaad Fengmaar jij bent de wind, jij kan mij in beweging zetten en samen kunnen we het leven vormen en in evenwicht houden. Feng Shui! Is Harmonie!”
Feng werd er stil van, ze snapte wat het water bedoelde, ze begreep de woorden, maar om het ook toe te passen leek haar erg moeilijk. Ze was het zo gewend, dit was altijd haar manier geweest.
 “Ik denk dat het een proces is Shui.” Sprak Feng zeer besloten uit. “Het heeft tijd nodig om te veranderen en het anders te gaan doen.” En ze geloofde haar eigen woorden. Shui had zich kabbelend te water gelegd, het zuchtte. “Ja, als je daar in gaat geloven zal het lang tijd nodig hebben Feng, maar weet je, processen zijn niet aan tijd gebonden, daar kan je een leven lang over doen.
Hoe heb je dat gedaan met al je prachtige kunsten op de evenwichtsbalk? Dacht je toen ook dat het een proces was om iets nieuws te leren? Was het leren van een salto op de balk een proces? Of was het van belang om in één keer goed met je voeten op de balk neer te komen?” Feng boog haar hoofd en bij het uitspreken van haar zoveelste 'ja maar' viel Shui haar in de rede. “Tja Feng, het is natuurlijk aan jou, teleurgesteld blijven in je verloren verwachtingen, of er op een andere manier mee omgaan en flexibel zijn, doen wat je moet doen om teleurstellingen te voorkomen. Loslaten is de mooiste kunst die je in je leven kan uitvoeren Feng, oefen daar maar eens meer op. Net zoals je oefende voor het behalen van je mooie resultaten op de balk, het is niets anders.”
Feng had geen woorden meer, alleen tranen. Ze voelde zich zo diep geraakt en ze wist niet hoe haar krachten te vinden om haar teleurstelling te verslaan, los te laten. “Het is genoeg Feng,” sprak Shui. “spreid je armen maar weer, je moet slapen.” En zo vloog Feng weer door haar venster haar bed in. Shui fluisterde haar toe: “Zoek je evenwicht niet alleen op die smalle balk Feng, zoek het in jezelf. Zoek je waardering niet Feng, maar laat de waardering jou vinden. Spreek jezelf niet tegen Feng, maar spreek tegen jezelf. Wees lief voor jezelf Feng, dan is loslaten niet moeilijk meer.” Met al die woorden viel Feng in slaap en Shui verdween met de wind over het water.

“En alles wat daarna gebeurde, lieve kinderen,” sprak oma, “had alles te maken met loslaten. Want zolang je vast blijft houden aan je verontschuldigingen en je ‘ja maar’, zal er weinig veranderen en duren processen een leven lang. Feng ontdekte een krachtige vrouw in zichzelf en begreep en vertrouwde, dat loslaten niet hetzelfde was als laten vallen. De woorden ‘ja maar’, heeft ze nooit meer uitgesproken. Ze herkende de kracht ervan.
 “Oma?” vroeg het oudste kind. “Wat gebeurde er daarna?” “Daarna,” zei oma, “daarna veranderde het leven van Feng en werd ze een trotse volwassen vrouw. Ze maakte er in haar leven, met alles wat ze tegen kwam, het mooiste van. Het werd helemaal Feng Shui en wanneer het niet ging zoals het moest, dan accepteerde ze dat het maar moest zoals het ging.”
 “Slaap lekker.” zei oma en kuste de kinderen een goede nacht. Met gespreide armpjes liepen ze vrolijk vliegend richting bed.