Sjoerd

Deze metafoor is geschreven naar aanleiding van het vastlopen in de richting van een doel 


Met zijn ogen gesloten en zijn hand op zijn hart luisterde Sjoerd naar het ritme van zijn leven. Zijn gedachten waren bij zijn verlangens, bij zijn grote wens. Hij voelde dat wat in hem leefde, naar buiten wilde en naar vrijheid verlangde. Alleen wist hij nog niet hoe hij daar ruimte voor kon creëren. “Een nieuwe dag, en ik ga het vandaag anders doen” sprak hij vastbesloten. Hij stapte zijn bed uit en volgde zijn vaste rituelen van de vroege ochtend. Met een kop thee ging hij voor het raam staan om de tuin in te kunnen kijken. Nooit eerder was hij zich zo bewust van alles wat daar groeide. “Alles ontstaat vanuit energie” dacht hij en bekeek de bomen en planten aandachtig. “Geen energie, geen groei” zei hij tegen zichzelf. “Het is zo vanzelfsprekend en het kwartje valt nu pas écht bij mij.” 

Sjoerd mijmerde over de dagelijkse dingen die hij deed, dingen waar hij geen plezier meer uit haalde. Het enige dat ze hem opleverden was zekerheid. Die zekerheid gaf hem veiligheid en in die veiligheid voelde hij zich steeds meer gevangen. 

Hij keek naar de grote beuk in de tuin waar de wind mee speelde. Een boom die al vele stormen heeft getrotseerd. Bij iedere storm had de beuk haar wortels weer wat dieper de aarde in gewurmd. De boom die schaduw gaf en bescherming bood aan vogels, andere dieren en nieuw leven. De boom die voor zuurstof zorgde en de aardse energie doorgaf vanuit haar wortels, haar stam, haar takken en bladeren. Kijkend naar de boom dacht Sjoerd aan een verhaal dat oom Teun hem ooit had verteld.

“Alles wat op deze aarde leeft, groeit vanuit positieve energie” vertelde oom Teun. “Wanneer het leven in een negatieve spiraal terechtkomt, wordt het dor, neemt het geen positieve energie meer op en staat de groei stil. Het laat zijn hoofd hangen en gelooft niet meer in mogelijkheden. Een plant in een pot moet je op den duur extra voeding geven door de aarde te verversen. Anders gaat de plant dood door zijn gevangenschap. 

Alles wat leeft, wil groeien en heeft iets om door te geven wat van hem of haar is en bijdraagt aan de wereld. Dat is een natuurwet die velen zijn vergeten. We hebben allemaal iets om door te geven, anders zouden we hier niet zijn. Alleen durft niet iedereen daar nog volop in te geloven omdat we met elkaar op zekerheden zijn gaan bouwen. We hebben angsten gecreëerd over een leven dat spannend kan zijn, omdat je alert moet blijven op je groei door in de juiste energie te blijven.”

Oom Teun was een man die altijd al werd bewonderd om zijn wijsheden. Sjoerd pakte de telefoon en belde het nummer van zijn oom. “Met Sjoerd, ben je thuis vandaag?” sprak hij op een toon waardoor Teun begreep dat hij bezoek kon verwachten. “Ja hoor en je bent van harte welkom jongen.” 
“Ik drink mijn thee op en dan kom ik eraan” sprak Sjoerd opgewekt.

Oom Teun woonde op een oude boot die hij ooit zelf had opgeknapt. Het was wat primitief maar voldeed volledig aan wat hij nodig had om goed en tevreden te kunnen wonen. Hij was een man waar mensen graag bij in de buurt waren. Hij straalde warmte uit, wat vooral kwam doordat hij altijd begripvol was, maar het ook niet erg vond als hij iemand niet helemaal kon doorgronden. Dat was voor hem ook goed. 
Teun liet mensen in hun waarde en had respect voor iedereen, ook als ze anders waren dan hij. Teun kon verantwoordelijkheden heel goed bij een ander laten. Hij voelde feilloos aan wanneer mensen problemen veroorzaakten. Ook daar bemoeide hij zich niet mee. Maar als zijn mening werd gevraagd, dan gaf hij deze zonder vooroordelen.

Teun schoof een stoel aan bij de keukentafel waarop Sjoerd meteen plaats nam en ging zelf in de vensterbank zitten. 
“Vanmorgen moest ik denken aan een verhaal dat je mij ooit hebt verteld," begon Sjoerd. “Over de aarde, energie en groei. Dat we allemaal iets te geven hebben op deze wereld. En ik merk dat ik veel meer wil geven, zodat ik anderen kan helpen groeien. Daarom kom ik bij jou langs.” 
Teun keek Sjoerd met een glimlach aan “Stel je nou eens voor dat je echt aandacht gaat geven aan datgene wat leeft in je hart. Hoe zou dat zijn, hoe zou dat voelen?” Sjoerd legde zijn hand op zijn hart “Zo werd ik vanmorgen wakker, met mijn hand op mijn hart. Ik voelde dat mijn hart mijn aandacht vroeg. Ik weet alleen niet hoe ik mijn wens moet leven en waar ik moet beginnen om de eerste stap te zetten.” 

Teun ging naast Sjoerd staan en legde zijn hand op zijn schouder. “Zie je die brug daar?” hij wees door het raam naar buiten. “Loop via de brug naar de overkant, kijk daar goed om je heen en kom dan hier weer terug. Dan praten we daarna verder.” Sjoerd glimlachte. Hij kende dit soort opdrachten van zijn oom. Het doel en de betekenis ervan, pakten altijd weer anders uit dan hij vooraf dacht. 

Bij de brug aangekomen keek Sjoerd achterom om te kijken of Teun nog voor het raam stond, maar hij was niet te zien. In ongeveer twintig grote stappen bereikte Sjoerd de overkant van de brug. Hij keek daar om zich heen en nam de omgeving zorgvuldig in zich op. Hij had geen idee welke vragen zijn oom hem zou stellen als hij weer terug zou zijn. 
Hij liep weer terug en stapte de boot van Teun in, die opkeek vanuit zijn boek.  “Mooi, daar ben je weer. Hoe heb je het gedaan?” Sjoerd keek hem vragend aan. “Hoe ben je over de brug gelopen?” Sjoerd keek door het raam naar buiten en zag de brug. “Gewoon, er was niets mis met de brug, die was prima te doen” hij keek oom Teun met een vragende blik aan. “Ik denk dat ik je niet begrijp, zeg nou maar wat je bedoelt.” 
Teun lachte. “Jij vertelde mij net dat je niet weet welke stap je eerst moet zetten om naar je hart te kunnen luisteren. Vervolgens vraag ik jou naar mij te luisteren, over de brug te lopen naar de overkant. Je hebt er geen enkel moment aan getwijfeld hoe je dat zou moeten doen.” 
Sjoerd ging weer op zijn stoel zitten. Hij zette zijn ellebogen op tafel en ondersteunde zijn hoofd. “Dit had ik niet verwacht” zei hij zacht. 
“Die stilte bevalt mij wel” zei Teun lachend “Het zegt mij dat je de boodschap hebt begrepen. Weet je Sjoerd, mensen met wensen kijken vaak te ver vooruit, waardoor ze niet zien welke stappen er eerst moeten worden gezet om te komen waar ze willen zijn. Je moet je concentreren op wat nu de mogelijkheden zijn. Om de brug te bewandelen, moet je eerst deze boot verlaten, anders kom je er niet. Kijk dus niet te ver vooruit, maar voel wat er voor nu het eerst nodig is.” Sjoerd wreef met zijn handen in zijn gezicht “Dat is niet gemakkelijk” en keek Teun vertwijfeld aan. “Dat zijn jouw woorden jongen. Weet dat de woorden waarmee je spreekt en de gedachten die je denkt, bepalen hoe je handelt?” Teun liet een stilte vallen en hervatte het gesprek na enkele minuten. 

“Laten we eens teruggaan naar de energie van deze aarde, waaruit zoveel moois groeit. Het meest prachtige op deze wereld is kwetsbaar en sterk tegelijk. Door je kwetsbaarheid als grootste kracht te zien, zal je angst verdwijnen. Wanneer je kwetsbaar durft te zijn, zien anderen jouw kracht. 
Door je  kwetsbaarheid te laten zien, stel je jezelf open voor mensen en laat je eigenlijk pas echt zien wie JIJ bent. Zo kunnen mensen kiezen of ze bij jou willen zijn of juist niet. De natuur doet eigenlijk precies hetzelfde. Die laat ook de mensen en dieren kiezen waar ze willen zijn en wonen. De natuur is heel kwetsbaar en zal dat altijd zijn. Maar daarentegen krijgt ze veel respect en vertrouwen van hen die trouw zijn en onvoorwaardelijk voor haar kiezen.” 
Teun keek naar Sjoerd, die voor zich uit keek, zijn blik was gericht op de brug. Het verhaal van zijn oom had hem geraakt. Sjoerd voelde dat hij zijn eigen natuur verborgen hield. Deels uit angst, omdat hij anders was dan anderen en deels omdat hij wist dat hij stappen moest nemen die voor veel verandering zouden zorgen.

De boodschap kwam aan. “Oom Teun” sprak Sjoerd, en keek Teun dankbaar aan. “Dank je wel voor je tijd en voor je wijze woorden. Vanmorgen wist ik dat ik het allemaal anders zou gaan aanpakken. Jij hebt mij laten voelen én begrijpen hoe ik daarmee kan gaan beginnen.” Teun knikte hem vriendelijk toe “Graag gedaan jongen, succes ermee!”
Sjoerd lachte bevrijd “Het is een mooie dag, ik ga maar eens wat planten verpotten.”

Kracht

Deze metafoor is geschreven naar aanleiding van angst voor stoppen met roken


Een grote stoere man die zijn grootste kracht niet erkende, wandelde door het bos dat hij, op één bijzonder bospad na, zeer goed kende. Hij genoot van de natuurlijke schoonheid, het gezang van de vogels en de wind die met de bomen speelde. Het was zomer en het zonlicht schitterde door de kruinen van de bomen op het zandpad dat hij volgde. Zijn blote voeten lieten een duidelijke afdruk achter in het zand. Het pad was de dag ervoor, door wind en regen strak getrokken en schoongeveegd. De schoonheid van de natuur ontroerde hem ieder keer weer. De geuren, kleuren, en de stilte, waarin het hart van het bos te horen was… Hij knielde in het zand. Gedachten vlogen door zijn hoofd. Het leven was mooi als het zich altijd in deze schoonheid kon bevinden. De rust en vrijheid voelen. Eén zijn met de wereld om je heen. Verbondenheid.

Zonder dat hij het zelf in de gaten had, sprak hij zijn gedachten uit. Het ging allemaal vanzelf. De zorgen die soms zo diep voelbaar waren, gleden hier van hem af en werden één met het door wind en regen, strak geveegde pad. Tot aan het moment dat hij rechts van hem keek, het zijpad dat naar het hart van het bos leidde. Het was het pad dat hij altijd zo snel mogelijk voorbij liep en waar hij deze keer onbewust zijn rustplek had genomen.
Hij vloekte en zuchtte. “Hoe kan ik hier nu gaan zitten? Het hele bos vind ik prachtig maar dit pad vrees ik!” Het pad had laag hangende takken en sporen van wild gedierte liepen door elkaar. Bomen omarmden elkaar als broeders en zusters. Het zonlicht werd goed gefilterd, maar gaf nog voldoende licht voor wie het bospad zou willen volgen. Dichter bij de natuur kan je niet zijn dan wandelend op dit pad. Een pad dat je moet volgen met vertrouwen. Want een pad volgen dat je niet vertrouwt, geeft spanning. Juist voor dit pad is spanning de energie die takken laat breken en de grond onder je voeten weg laat zakken. Maar in vertrouwen dit pad bewandelen, naar het hart van het bos, kan alleen maar vreugde brengen en vrijheid geven.
Zijn handen streken door het zand en de bewegingen die hij maakte werden door zijn woede groter en sneller. Hij keek naar zijn grote handen en volgde met zijn ogen de bewegingen. De rust die hij net nog met zoveel liefde had ervaren, de eenheid, de vrijheid, verdween in onrust en in een boos, angstig en gespannen lijf. “Waarom durf ik nooit dat pad te nemen, terwijl ik weet dat het mij zal leiden naar de kern van het bos en naar de overwinning van mijn ego?” Een verdrietig en verloren gevoel overweldigde hem. De schoonheid van het bos verdween uit zijn zicht en hij gaf zich volledig over aan zijn verdriet en woede. Met zijn handen als harken, veegde hij alle rust van het pad met grote halen weg. Een rookwolk van zand omringde hem.
Langzaam trok er een grote zwarte schaduw over hem heen. De wind zette aan en het bos werd wild en luidruchtig. Onverstoorbaar ging hij met zijn vinger-gehark verder en in zijn hoofd versterkte hij zijn gedachten. “Ik kan het niet! Wat houdt mij steeds tegen om dat pad in te slaan? Ik ben een slappeling, een lafaard!” Hij merkte niets van de ommekeer in de omgeving. Hij merkte niet, dat de vogels stopten met het vrolijke gezang en luid schreeuwden. Hij merkte helemaal niets van de grote zwarte schaduw die hem volgde… Hij voelde zich thuis in zijn eigen vertrouwde onrust. 
Totdat hij met zijn harkende vingers twee enorme klauwen aanraakte en zo enorm schrok, dat hij als een klein kind van angst verstijfde. Zijn hart ging tekeer en bij het snakken naar adem, zakte hij door zijn armen in het zand. Zijn ogen stijf gesloten. Hij realiseerde zich de onrust waarin hij was verzonken en voelde een verlamd lijf. Voorzichtig keek hij omhoog. Als hij niet al op de grond had gelegen, was hij nu zeker ter plekke neergestort. 
Een immens grote uil stond over hem heen gebogen. Hij voelde zijn warmte als een deken over zijn angstige lijf heen gedrukt. De uil deed twee stappen terug en liet de krachtige man de stralen van de zon aanschouwen. De man sloeg zijn hand boven zijn ogen om het licht te keren en te kunnen zien wie of wat er zo dichtbij hem stond.
 “Dag meneer”, sprak de uil met een wijze stem van een leraar, zoals je van een uil zou kunnen verwachten. “Ik bewonder uw enorme kracht.” Voorzichtig en verbijsterd kroop de man overeind en ging zitten. “Mijn kracht?” zei hij verbaasd. “Ik voel me juist zo verloren door mijn kracht. Er is iets in mij wat mij weerhoudt om het goede te doen, om mijn gewoontes te overwinnen. Ik ben een angsthaas, en u zegt mijn kracht te bewonderen!?” “Er is nogal wat kracht voor nodig om je eigen wil tegen te spreken.” sprak de uil, “Ik heb gezien hoe enorm u van de schoonheid van dit wonderlijke bos aan het genieten was. Ik heb uw kracht gezien waarmee u uzelf op dat zelfde moment ongelukkig maakte. U ging met al uw kracht in op de energie van verdriet en in het slachtoffer zijn van uw eigen kracht. Dat noem ik erg krachtig, heel erg krachtig!” “Wat bedoelt u? Ik begrijp u niet. Als ik zo krachtig zou zijn, waarom kies ik dan niet om het pad naar het hart van het bos te nemen?” sprak de man met een huilende stem. “Omdat je het eigenlijk niet echt wil, je voelt je veilig bij je ego, je geeft je kracht aan je ego en gaat mee in het verdriet en boosheid, dat is jouw bekende weg” fluisterde de uil. 
 “Beste krachtige man,” sprak de uil met een wijze stem en sloeg broederlijk een vleugel om hem heen. “Het is je eigen kracht die je tegen houdt. Bevrijd je gedachten van het denken dat je niet sterker dan je ego bent. Verrijk je gedachten door te geloven dat je jezelf ervan bevrijden kan. Het is je eigen kracht! Jij doet wat er gebeurt.” “Hoe dan…?” stamelde de krachtige man. "Vertrouw op je eigen kracht." Sprak de uil, waarop de vleugel van hem afschoof en er nog een korte windvlaag voelbaar was.
 “Oehoe! You Do!” klonk het boven zijn hoofd.

De man kroop verward overeind, klopte het zand van zijn kleren en keek om zich heen en naar boven. Dit was een wonderlijke ervaring. Hij keek naar de grond waar het een grote warboel was geworden. De geluiden die bij een bos horen waren weg, de wind was niet meer voelbaar. De grond onder zijn voeten zag er onrustig uit. Hij deed een paar stappen naar achteren en keek naar de twee vierkante meter waarop hij zijn onrust had gegooid. De grote sporen van de klauwen van de uil waren nog duidelijk zichtbaar.
 “Het is mijn eigen kracht, ik doe wat er gebeurt”. Hij keek, dit keer met een rustig gevoel in zijn lijf, naar het pad rechts van hem. Het pad wat je met vertrouwen moet bewandelen om bij het hart van het bos te komen, het pad naar vrijheid…

Bewandel je het met vertrouwen, of bewandel je het met angst? De resultaten komen uit je eigen acties, veroorzaakt door je eigen kracht.

Luna

Deze metafoor is geschreven naar aanleiding van roken en ongezond eten.


Er was eens een mooie, vrolijke, lieve vrouw, die het leven bewonderde, die van de mensen hield en een taak in het leven zag om goed voor elkaar te zijn en om te zorgen. Haar hart was vol liefde voor haar medemens. Haar liefdevolle karakter, duldde geen onrechtvaardigheid. Ze liet haar stem horen wanneer ze er vanuit haar rechtvaardigheid, voor de ander zou moeten zijn. Dan stond ze, krachtig en onbreekbaar haar standpunt uit te leggen, zonder de ander te willen breken of aan te vallen.

De mooie, lieve, vrolijke vrouw, woonde in de stad. Ze werd graag gezien, gehoord en door iedereen blij gegroet. Haar twinkelende blauwe ogen straalden uit wat ze was: liefde.
Maar alle liefde die ze had, hield ze voor zichzelf verborgen, het raakte haar eigen verlangen niet. Wat ze een ander gunde, ontnam ze zichzelf. Wat ze een ander aan liefde gaf, onthield ze zichzelf. Haar warme knuffels bereikten nooit haar eigen lijf. Haar warme woorden, bereikten nooit haar eigen hart. De mooie, lieve, vrolijke vrouw, droeg de naam Luna.

Op een dag scheen de zon met warme stralen door het raam van haar slaapkamer. Luna deed haar ogen voorzichtig open. “Mmmmmm… heerlijke zon, wat fijn dat je er weer bent,” sprak ze half wakker en zachtjes uit. De zonnestraal deed extra haar best om warmer over het lichaam van Luna te stralen. Ze greep de deken van Luna en liet die naast het bed op de grond glijden. Luna verbaasde zich en probeerde half zittend tegen de muur haar verbazing weg te gapen. De zon had nog nooit eerder zo warm op haar huid aangevoeld. Wat gebeurt hier, dacht ze en raapte haar deken onnadenkend van de grond.
De zon haalde er nog wat stralen bij, zodat de kamer van Luna oogverblindend licht werd. Luna werd er stil en rustig van, ze wist niet wat ze moest doen. De warmte van de zon voelde aangenaam, ze sloot haar ogen. Luna gleed in de armen van de zonnestralen en werd teder door de zon meegenomen. “Niet bang zijn Luna,” fluisterde de zon. “We gaan even op reis.”

Zo kwam Luna op de maan terecht. “Wat doe ik hier?” riep ze geschrokken en een beetje boos! “Hier kan ik toch niet leven? Hoe kan ik alleen leven hier?” Op de maan heerste zo'n ijzige stilte, dat Luna haar eigen diepste verlangen kon horen huilen. “Wat gebeurt er met me?” Haar diepste verlangen had ze zo lang niet meer gesproken, dat Luna haar ook echt vergeten was. “O, mijn lieve zelf” huilde haar diepste verlangen, ik heb je zo gemist. Ik voelde me zo verlaten door jou. Heb je me niet horen huilen toen ik huilde? Heb je me niet horen lachen, toen ik lachte? Luna raakte verward. “Wat bedoel je? Ik snap er helemaal niets van!” “Mijn lieve zelf,” sprak haar diepste verlangen, “ik wil je geen pijn doen en verdriet geven, maar ik voel me zo genegeerd door jou, door jouw liefde.” Luna kreeg het warm, benauwd en voelde pijn op haar borst. Ze werd er nog onrustiger door. “Maar wat doe ik dan niet goed?” sprak ze verbijsterd en lachend tegelijk.
 “Lieve Luna, mijn eigen zelf! Je luistert niet! Je voelt me niet! En zodra je me wel voelt, rook je mij met grote halen weg… Vul je je lijf met ongezonde rommel en sluit je je weer van mij af! Het voelt of je bang bent om mij te voelen, naar mij te luisteren, naar je diepste verlangen, je diepste zelf….  Lieve Luna, houd van mij! Voel mij! Wees lief voor mij!” De ogen van Luna raakten betraandZe werd koud en rillerig… Ze slikte een grote brok in haar keel weg en zei: “Ik hou echt wel van jou, mijn verlangen, mijn diepste zelf. Maar wanneer ik mij aan jou, mijn verlangen geef, ben ik bang dat ik er niet meer voor de ander kan zijn. Dat ik helemaal niets beteken en een eenzaam leven zal leiden. Begrijp je dat, mijn verlangen?”
Het verlangen, haar diepste zelf, stopte met huilen. Ze was zo lang zo verdrietig geweest en voelde zich eindelijk weer gehoord en gevoeld, nu Luna haar in haar ogen keek. Ze ziet me weer, dacht ze en voelde zich sinds lange tijd weer één met Luna.
 “Samen zijn we zon en maan Luna! Samen zijn we kracht en zwakte. De zwakte van kwetsbaarheid is sterker dan de verlangende macht van het ego, dat aandacht wil en waardering moet voelen om er te mogen zijn. Het ego is altijd eenzaam Luna, heel eenzaam!
Luna reikte haar armen uit naar haar diepste verlangen, ze streelde het en omarmde haar. “Ik hou van jou, mijn verlangen, mijn diepste zelf. Ik heb je zo verwaarloosd, dat spijt me.  Ze hield haar verlangen stevig vast. “Ik laat je niet meer alleen. Ik ga je voeden met liefde en iedere dag zal ik even in stilte naar je luisteren.” Luna sloot haar ogen en voelde een diepe hartstocht voor zichzelf. Ze doorstond de pijn om weer bij haar diepste zelf te zijn en haar te voelen.
Op dat moment kwamen de zonnestralen weer op de maan. Luna werd als een pasgeborene in de stralen van de zon gewikkeld. De zon fluisterde zachtjes “Wees een zon Luna, de maan schijnt alleen wanneer mijn stralen haar raken. Straal vanuit je diepste eigen zelf, omarm je ziel en je zult voor iedereen een zon zijn.”
Teder legde de zon Luna in haar bed terug en gleed weg onder de horizon.
Toen Luna wakker werd, hing er een grote volle maan voor haar slaapkamerraam. Ze stond op, opende het venster en riep naar de maan: “Ik weet niet waarom mooie maan, maar vanaf nu gaan we het anders doen.” Ze pakte een spiegel en keek lief lachend naar haar zelf. “We gaan het anders doen mijn lieve diepste zelf.” En kuste haar lippen.

Feng

Deze metafoor is geschreven naar aanleiding van het stellen van eigen verwachtingen, niet durven loslaten en het vasthouden aan een intense wens


Wanneer oma bij haar kleinkinderen op bezoek kwam, vertelde ze altijd voor het slapen gaan een verhaaltje. Oma kon mooi vertellen en de kinderen vonden het heerlijk om naar haar te luisteren en te kijken. Want als oma vertelde, twinkelden haar ogen en was het of het een echt gebeurd verhaal was. Oma vertelde over Feng. Feng was een meisje dat met turnen de beste wilde zijn op de evenwichtsbalk, en dat was ze eigenlijk ook. Ze werd erom bewonderd en in het dorp wist iedereen dat Feng een talent was. Feng wilde alleen op de balk haar kunsten uitvoeren, alle andere toestellen betekenden niet zoveel meer voor haar. Op de balk voelde ze zich bijzonder en de beste. Evengoed als de andere meisjes kende ze de angst op de balk om uit evenwicht te raken bij een moeilijke sprong, maar ze sprong steeds weer door haar angsten heen. Dat maakte dat Feng bewonderd werd en dat ze waardering voelde in wat ze kon en deed. Dit werd tevens haar drijfveer om de beste te zijn en te blijven. Feng was niet haar echte naam. Ze had de naam Feng gekregen, doordat ze als een windvlaag over de balk heen danste en bewoog. Het leek er niet op dat de mooie kunsten haar enige moeite koste. Haar bewegingen waren zo soepel, dat Fengde Chinese naam voor ‘de wind’, kreeg toebedeeld. Ze was zo gewend geraakt aan deze naam, dat ze haar eigen naam al bijna vergeten was.

Haar vader was erg trots op zijn dochter en had in de tuin een evenwichtsbalk voor haar gemaakt. Feng stapte daar iedere dag op om te oefenen, te oefenen en te oefenen. Ze was erg streng voor zichzelf. Iedere oefening moest voor haar perfect zijn. Ze stopte niet eerder met haar kunstjes tot het tijd was. Hoe moe ze ook was, hoe goed het ook ging, stoppen deed ze op de tijd van de klok, niet wanneer ze moe was. Feng had zich een doel gesteld en een verwachting eraan vastgelegd. Ze zou de beste en de eerste zijn voor de komende wedstrijd. Daar ging ze voor en daar richtte ze zich volledig op. Wanneer het oefenen niet zo goed ging, kon Feng erg boos worden op zichzelf. Ze accepteerde geen misstapjes in haar balans. Feng ging voor het beste, eiste perfectie van haar eigen kunsten, ze wilde niemand teleurstellen en zeker zichzelf niet.
De dag van de grote wedstrijd naderde, de spanning was groot, dit zou haar dag zijn. Feng was door al het trainen wat vermoeid geraakt. Ze negeerde dit van haar eigen lijf. Ze was streng geweest en de vermoeidheid werd door haar niet geaccepteerd, dat zou haar in de weg hebben gestaan. De spanning voor de wedstrijd had ook zijn invloed gehad op het slapen. Ze lag vaak wakker en kon moeilijk loslaten dat het winnen van de wedstrijd heel erg belangrijk voor haar was.

In de grote sporthal stond de evenwichtsbalk in het midden van de zaal opgesteld, met daar omheen alle andere turntoestellen. Een grote tribune omcirkelde de zaal en de stoelen waren al druk bezet toen de turnsters de sporthal binnen liepen. Muziek was luid hoorbaar, eveneens het geroezemoes van het publiek in de sporthal.
Feng mocht als eerste beginnen met haar oefening. Het werd stil om haar heen, ze sprong met de mooiste sprong de balk op. Het publiek was erg onder de indruk en applaudisseerde luid. Ze riepen: “Feng! Feng! Feng! Het gejuich leidde haar zo af, dat haar concentratie werd onderbroken en ze uit balans raakte. Ze probeerde haar wankelende stap te corrigeren, maar haar vermoeide lijf kon het niet meer herstellen. Ze viel en lag naast de balk op de mat. Het publiek was in één klap stil en Feng bleef liggen. Het werd zwart voor haar ogen, opstaan lukte haar niet meer…

Aan de ontbijttafel heerste een eenzame stilte. Feng zat met een bord eten en een kop thee die allang was afgekoeld aan tafel. Ze staarde door het raam de tuin in richting de balk waar ze iedere dag zo hard op had getraind. De verwachting van zichzelf, in haar kunsten en om de beste te zijn, was stuk geslagen. Ze had echt gedacht dat al het trainen tot het beste zou leiden, dat ze de kampioen zou worden… Het deed haar pijn, deze teleurstelling was zo hard voor haar, ze voelde zich leeg en verloren. Feng was ontroostbaar, haar hart huilde. Haar vooruitzicht was weggeslagen, een totale leegte was wat ze voelde…
De balk stond verloren in de tuin. Het waren de vogels die er dagelijks op zaten om zich te wassen en even te rusten. Feng had de balk al weken niet meer aangeraakt.

Op een nacht, toen Feng lag te slapen hoorde ze gefluister, Feng, lieve Feng, pssst”. Feng opende haar ogen en keek verbaasd…  Het vensterraam stond open en het geluid kwam van buiten. Het was volle maan, wat de nacht helder en licht maakte. Feng stapte uit haar bed en hing uit het raam naar buiten. “Wie riep mij?” Voor het huis van Feng lag een klein meertje. Het had nooit echt haar aandacht getrokken. Het water schitterde prachtig in het maanlicht en in het water vormde zich een grote cirkel van ruim een meter breed. De cirkel kwam langzaam omhoog en vormde een gedaante van water. Door het licht van de maan werd het een groot schitterend beeld.
 “Hey wat doe je hier, hoe kom je hier? Droom ik?” sprak Feng. Het waterbeeld begon te praten. “Lieve Feng, ik ben Shui. Ga je even met me mee, dan laat ik je wat moois zien. Je hoeft alleen maar te doen wat ik zeg en dan gaat alles vanzelf. Houd je armen wijd uit elkaar, zoals een vogel die vliegt.” Feng vond het wel spannend en zonder dat ze het door had, zweefde ze door het raam naar de waterkant. Ze landde voor het waterbeeld zachtjes in het gras. “Wat heerlijk om te vliegen zeg.” sprak Feng blij. “Maar vertel eens wat doe jij hier en hoe kan dit, ik heb nooit eerder water horen praten en laat staan met armen als vleugels gevlogen.” Het water bewoog sierlijk en maakte zich wat kleiner, zodat Feng niet omhoog hoefde te kijken. “Lieve Feng, jouw naam betekent wind en ik ben het water, Shui. Ik kom je vertellen dat je meer bent en kan dan wat je tot nu toe hebt gedaan en laten zien. Want lieve Feng, zeg eens eerlijk, wat heb je eigenlijk gedaan?” Feng ging er maar bij zitten, het voelde wel veilig en ze voelde ook een fijne rust in haar hoofd. Dat had ze eigenlijk nog nooit eerder zo gevoeld. “Uhmwat bedoel je toch?” En keek het water aan. “Het is je niet gelukt hè Feng?” zei het water. Je had gedacht dat je de wedstrijd zou gaan winnen. Je hebt al die tijd geleefd om de beste op de balk te zijn en te blijven. Je had geen aandacht voor al het andere. Je leefde en groeide van de aandacht van de anderen die jou bewonderden. De aandacht heeft je gevoed, je kon niet meer zonder. Het werd je drijfveer, je verwachting om de beste te blijven.” Feng was verbaasd over de woorden van de spraakwaterval. “Ja maar,” sprak ze, “wat is er mis aan om een verwachting te hebben?” Ze begon wat heen en weer te lopen door het gras. “Een verwachting is de valkuil van de teleurstelling lieve Feng.” sprak het water teder. “Blijf doelen stellen in je leven en wees flexibel met de resultaten. Het is goed om het beste uit jezelf te halen, maar dat werkt alleen als je er geen verwachting aan stelt.”
Feng vond het vervelend dat Shui haar naar zichzelf liet kijken, die confrontatie wilde ze niet. Het moest gewoon goed zijn en goed gaan. Daar wilde ze hard voor werken. Voor haar was dat de manier van slagen, op die wijze kon ze kansen creëren. “Ja maar,” sprak Feng, nu een beetje lachend naar de waterberg, “jij kan makkelijk praten, jij bent van water en hoeft alleen maar met de golven mee te gaan.” Het water schoot in de vorm van een tornado omhoog. Het draaide mega hard rond. “Gooi die tak naast je boven in mijn opening Feng en zie wat er gebeurd” commandeerde het water. Feng pakte de tak en gooide deze zo goed als ze kon met al haar kracht in de opening van de tornado. De tak kwam middenin het watergedaante terecht en verdween voor haar ogen. In één kleine seconde werd de watertornado helder en doorzichtig. Door het licht van de maan kon Feng de tak rond zien slingeren. Het ging mee met de beweging van het water. Er was geen verzet, geen weerstand. De tak draaide met het water naar beneden en toen het de oppervlakte raakte, viel de tornado uit elkaar. De stok dreef onaangetast op het water. “Heb je het gezien Feng?” vroeg het water. “Wanneer je je niet verzet en het allemaal laat gebeuren, het los laat… Is er niets aan de hand.
Jij bent de wind Feng. Voor jou is het net zo makkelijk als voor mij. Je moet mee vormen, mee bewegen. Wanneer je dat niet doet, heb je het zwaar en zal je vaak teleurgesteld zijn. Ik ben het water, inderdaad Fengmaar jij bent de wind, jij kan mij in beweging zetten en samen kunnen we het leven vormen en in evenwicht houden. Feng Shui! Is Harmonie!”
Feng werd er stil van, ze snapte wat het water bedoelde, ze begreep de woorden, maar om het ook toe te passen leek haar erg moeilijk. Ze was het zo gewend, dit was altijd haar manier geweest.
 “Ik denk dat het een proces is Shui.” Sprak Feng zeer besloten uit. “Het heeft tijd nodig om te veranderen en het anders te gaan doen.” En ze geloofde haar eigen woorden. Shui had zich kabbelend te water gelegd, het zuchtte. “Ja, als je daar in gaat geloven zal het lang tijd nodig hebben Feng, maar weet je, processen zijn niet aan tijd gebonden, daar kan je een leven lang over doen.
Hoe heb je dat gedaan met al je prachtige kunsten op de evenwichtsbalk? Dacht je toen ook dat het een proces was om iets nieuws te leren? Was het leren van een salto op de balk een proces? Of was het van belang om in één keer goed met je voeten op de balk neer te komen?” Feng boog haar hoofd en bij het uitspreken van haar zoveelste 'ja maar' viel Shui haar in de rede. “Tja Feng, het is natuurlijk aan jou, teleurgesteld blijven in je verloren verwachtingen, of er op een andere manier mee omgaan en flexibel zijn, doen wat je moet doen om teleurstellingen te voorkomen. Loslaten is de mooiste kunst die je in je leven kan uitvoeren Feng, oefen daar maar eens meer op. Net zoals je oefende voor het behalen van je mooie resultaten op de balk, het is niets anders.”
Feng had geen woorden meer, alleen tranen. Ze voelde zich zo diep geraakt en ze wist niet hoe haar krachten te vinden om haar teleurstelling te verslaan, los te laten. “Het is genoeg Feng,” sprak Shui. “spreid je armen maar weer, je moet slapen.” En zo vloog Feng weer door haar venster haar bed in. Shui fluisterde haar toe: “Zoek je evenwicht niet alleen op die smalle balk Feng, zoek het in jezelf. Zoek je waardering niet Feng, maar laat de waardering jou vinden. Spreek jezelf niet tegen Feng, maar spreek tegen jezelf. Wees lief voor jezelf Feng, dan is loslaten niet moeilijk meer.” Met al die woorden viel Feng in slaap en Shui verdween met de wind over het water.

“En alles wat daarna gebeurde, lieve kinderen,” sprak oma, “had alles te maken met loslaten. Want zolang je vast blijft houden aan je verontschuldigingen en je ‘ja maar’, zal er weinig veranderen en duren processen een leven lang. Feng ontdekte een krachtige vrouw in zichzelf en begreep en vertrouwde, dat loslaten niet hetzelfde was als laten vallen. De woorden ‘ja maar’, heeft ze nooit meer uitgesproken. Ze herkende de kracht ervan.
 “Oma?” vroeg het oudste kind. “Wat gebeurde er daarna?” “Daarna,” zei oma, “daarna veranderde het leven van Feng en werd ze een trotse volwassen vrouw. Ze maakte er in haar leven, met alles wat ze tegen kwam, het mooiste van. Het werd helemaal Feng Shui en wanneer het niet ging zoals het moest, dan accepteerde ze dat het maar moest zoals het ging.”
 “Slaap lekker.” zei oma en kuste de kinderen een goede nacht. Met gespreide armpjes liepen ze vrolijk vliegend richting bed. 

Nena

Deze Metafoor is geschreven naar aanleiding van de vraag om meer in het nu te willen leven


De ochtend was al een paar uurtjes ontloken en het licht schemerde door het raam van de slaapkamer. Voor het openstaande raam bewogen de satijnen gordijnen zachtjes met de wind mee. In het grote ruime bed lag Nena. Alleen en warm onder haar dekbed, dat versierd was met lieflijke bloemen in prachtige pasteltinten. Ze draaide haar vermoeid voelende lijf nog even om, terwijl de wekker al een aantal keer was afgegaan. Opstaan was voor haar het vervelendste waar de dag mee kon beginnen.
 Na haar vaste ochtendrituelen werd het tijd om het huis te verlaten en naar haar werk te gaan. Tijdens het fietsen bedacht ze om deze dag een andere route te nemen. Zonder twijfel ging ze rechtsaf in plaats van rechtdoor, ze voelde een kriebel in haar buik die een onbestemd gevoel gaf, maar ze fietste stevig door. Haar hoofd zat vol gedachten over hoe haar leven was verlopen. Wat als ze andere keuzes had gemaakt? Waar was ze dan geweest, waar had ze dan gestaan? Ze verlangde naar rust in haar drukke leven, maar wist niet meer hoe ze dat bereiken kon.

Nena was moeder van twee kinderen waar ze ziels veel van hield. Haar hele leven had ze niets anders gedaan dan gegeven. Als kind had ze zichzelf beloofd dat haar ouders, in hun drukke bestaan, geen last van haar zouden ervaren. Dat was wat ze voor haar ouders deed en voor anderen ook bleef doen. Een patroon waar ze goed mee om wist te gaan. Ze was erom geliefd.

Op het moment dat ze een enorme eikenboom voorbij fietste, keek ze om. Het was of daar iets was dat haar aandacht trok. Ze keerde, om te kijken of haar gevoel klopte. Bij de eik aangekomen bleef ze roerloos staan. Met haar fiets aan de hand staarde ze naar de grote boom. Haar gedachten verdwenen, ze voelde zich enorm tot deze boom aangetrokken. Als in een soort trans zette ze de fiets tegen de eik en drukte haar rug tegen de ruwe bast aan. Zoekend naar de meters hoge kruin, keek ze naar boven. Energie voelde ze door haar lijf stromen. Het verwarmde haar lichaam, waardoor ze haar ogen sloot en zich door haar knieën liet zakken. Het begon te zoemen in haar hoofd, alsof er duizenden beestjes druk aan het vliegen waren. Het deed haar zichtbaar genieten, want de grote glimlach op haar gezicht verraadde niets anders.
 De grote eik stond langs de rand van een fietspad en op dat pad werd het alsmaar drukker. Schoolgaande kinderen en mensen onderweg naar werk, fietsten haar voorbij. Ze keken niet op of om. Iedereen was gefocust om zijn eigen weg te begaan en zijn doel te behalen. Ook Nena had niets in de gaten van het fietsverkeer om haar heen, het was of ze niets anders meer hoorde dan het zoemende geluid in haar hoofd. Ze vond er een vredige rust en haar gedachten verdwenen. Door al het gezoem kwam er een zwaardere toon naar boven, waardoor het zoemende geluid naar de achtergrond verdween. De zware toon kreeg meerdere klanken en zonder dat ze zich er bewust van was, kon ze verstaan wat de tonen betekenden. Het was de stem van de grote eik die met haar in gesprek wilde. Deze prachtige boom begon te vertellen over de wetten van de natuur, over zijn wortels die meters diep onder de grond alle trillingen van de aarde opvangen. Hij vertelde haar dat hij hetzelfde met zijn takken kon, dat het zijn antennes waren. Nena luisterde aandachtig, alsof ze zich in een droom begaf.
 Zo vertelde de eik dat hij ook de trillingen van haar gedachten kon voelen en horen. Wel van honderden meters afstand. “Ik hoor jou altijd denken, altijd ben je druk in je hoofd. Je weet heel goed anderen advies te geven, maar waar is het advies aan jezelf? Wees toch eens stil,” sprak de oude eik “en sta meer in het nu, wees meer aanwezig, dwaal niet af, ervaar de aarde onder je voeten.” 
De eik besloot een verhaal aan Nena te vertellen. Een verhaal over een klein elfje dat iedereen wilde helpen en overal tegelijk wilde zijn. Haar vleugeltjes werden er moe van en ze snapte maar niet waardoor dat kwam. Het elfje wilde niemand te kort doen en vergat daarbij zichzelf. Het lukte het elfje amper om alles te doen wat ze wilde doen. Haar concentratie werd minder, haar energiepeil lager. Soms waren haar vleugeltjes lam en bleef ze liggen waar ze lag. Dat ging altijd gepaard met een schuldgevoel en dat ze zichzelf waardeloos vond. Ze verlangde naar een energiek lijfje, naar een levenslustige elf die alles aan kon. Dat beeld was zo groot geworden dat ze zelf steeds kleiner werd. Het was het beeld waar ze niet aan kon voldoen. Het elfje werd met de dag verdrietiger. Al dat verdriet vermoeide haar nog meer. Ze had niet in de gaten dat ze haar eigen lasten aan het verzwaren was. Dat haar gedachten haar verlamde. Ze had alsmaar naar de kracht van de andere elfen gekeken en zag daardoor haar eigen mooie kracht niet, maar zag alleen haar zwakte. Het elfje dacht dat ze er voor de hele wereld moest zijn en stierf met verlamde vleugeltjes en intens verdriet.
De elfenkoning besloot dat het kleine elfje een nieuw leven moest krijgen, maar dan wel een leven zonder vleugels. Ze zou als ‘mens’ geboren worden, met beide voeten op de grond. In dat leven zou ze moeten leren om te aarden en vanuit dat aardse gevoel te mogen handelen als een elf. Alle dieren en planten op aarde wisten van het elfje en haar aardse bestaan. De elfenkoning had de opdracht gegeven om goed op haar te letten en in te grijpen als dat nodig mocht zijn.

“Wel,” zei de grote eik, “dat heb ik nu dan maar gedaan”. 
 Ondertussen waren alle vogels rond en uit het dorp naar de grote eik gevlogen. Konijnen, egels, muizen, eekhoorns en wat je maar kan bedenken, hadden zich rondom de eik verzameld. Het fietspad werd door de dieren versperd. Niets en niemand kon er nog langs. Ja, als iemand dat zou willen kon je deze vredige verzameling verbreken, maar blijkbaar was er niemand die daar behoefte aan had. Mensen uit het hele dorp kwamen er op af. Ze hadden in de gaten dat er iets zeer bijzonders aan de hand was. Hoe groot de menigte ook werd, er heerste een enorme stilte. Nena, die met haar rug en gesloten ogen tegen de boom aan leunde, merkte niets van wat er om haar heen gebeurde.
 “Je hebt een aards leven gekregen om jezelf te leren zien,” sprak de grote eikenboom verder, “en toch ben je bezig met het zoeken naar hoe je anderen tevreden kan stellen. Je vormt je naar de verwachtingen van anderen. Het is dat je geen vleugels meer hebt, maar anders zou je jezelf weer voorbij gaan vliegen. Dit is de dag en het moment dat je naar jezelf gaat kijken en stopt met het vervullen van de wensen van anderen. Het gaat om jou lieve Nena. Jij moet gaan inzien dat jouw eigen leven waardevol is en dat jouw leven om jou gaat. Dat het meer waarde heeft dan het leven van de mensen die jij lief hebt. Plaats jezelf op nummer 1. Neem afstand van ‘wat was of hoe het zou zijn geweest, als...?’ Voel de grond onder je voeten, daarmee zijn we allemaal verbonden, dat houdt ons allen bijeen en daarmee kunnen we ook echt iets voor een ander betekenen.” Op dat moment bewoog de boom met zijn wortels in de aarde waardoor hij de grond liet trillen. Niemand in de menigte, die zich om de eik verzameld had, raakte in paniek. Iedereen bleef rustig op zijn plek staan. Het was alsof de eikenboom ieder individu een boodschap meegaf. De trillingen in de aarde gingen nog veel verder dan de menigte om de boom kon voelen. Het drong ook door in de tuin van Nena, waar de struiken en bloemen begonnen te groeien tot ze elkaar raakten. Er ontstond een grote lange bloemenslinger met de prachtigste kleuren en een heerlijke geur.
Op het moment dat de grote eik zijn lange en diepe wortels weer tot bedaren bracht en zijn brommende stem alleen tot Nena richtte, trok de menigte langzaam weg. De dieren bleven in de buurt maar stelden zich minder zichtbaar op. De mensen keken elkaar even aan en vertrokken in de zelfde stilte als waarmee ze gekomen waren. Sommigen keken nog even achterom, om de herinnering te bevestigen. Iedereen hervatte de dingen waar ze mee bezig waren, voordat ze zich bij de eik hadden verzameld. De rust bleef.
 Nena haalde haar benen onder haar billen vandaan, ze rekte zich even uit. Haar ogen hield ze gesloten. De boom sprak met zijn bromstem tot Nena. “Zo Nena, drukke vrouw die altijd in haar hoofd verblijft en handelt wanneer ze zich geroepen voelt, wat ga je doen vandaag?” Ze opende haar ogen en keek om zich heen, pakte haar mobiel en schrok van de tijd. Haar hart begon hard te kloppen en ze voelde een druk op haar borst. “Hemel wat doe ik hier, het is hartstikke laat! Ik moet naar mijn werk!” mompelde ze tegen zichzelf. Toen zij wilde opstaan, duwde een tak van de eik haar naar beneden. Op het zelfde moment kwamen er konijntjes uit de struiken tevoorschijn en huppelden richting Nena, die met een verwonderde blik en een verbijsterende lach de diertjes begroette. “Wat zijn jullie mooi en jeetje wat gebeurt er allemaal met mij? Wat brengt jullie bij mij?” Nena voelde zich weer rustig worden maar begreep niets van het alles. “Voel je de warmte van de boom Nena?” sprak een konijntje. Er kwam een nog grotere lach op het gezicht van Nena. “Ik kan je verstaan!” zei ze verbaasd. Even voelde ze een rilling door de bast van de boom heen. Ze werd stil, keek omhoog. “Ik droom niet meer hè? Dit is echt wat er nu en net is gebeurd. Deze boom heeft echt met mij gesproken. Het verhaal over het elfje gaat over mij.....” 
 Ze werd stil en tranen maakten haar wangen vochtig. Ze hield haar hoofd naar achteren en voelde allerlei emoties door haar lijf stromen. ”O hemeltje, wat moet ik? Ik weet het niet meer. Wat moet ik met jullie allemaal?” Ze keek om zich heen en door haar waterige ogen, zag ze een wazig beeld van verscholen dieren in het struikgewas. Ze hoorde ze ook bewegen en zachte geluidjes maken. ”Pfffff”  zuchtte ze. Met haar handen betastte ze de boom, ik hou van bomen sprak ze in haar gedachten. Waarop de boom zijn stem weer liet horen. “Wij houden ook van jou! Wij zijn hier op dit moment allemaal voor jou. Wat ga je doen Nena als je zo gaat staan en ons weer verlaat?” Nena droogde haar tranen met de mouw van haar jas en keek met een glimlach en een verward gevoel om zich heen. “Jeetje zeg.... Ik moet het even laten bezinken geloof ik. Ik dacht dat ik had gedroomd, maar nu blijkt het allemaal waar te zijn. Je hebt me zoveel vragen gesteld, dat ik er beduusd van ben. Ik heb nog nooit eerder een boom en konijnen horen praten. Nu zit ik hier en het leven lijkt een droom. Ik moet naar mijn werk, maar met zo’n hoofd gaat dat niet lukken ben ik bang.” Nena ging staan en omarmde de boom. “Als je me nu ook nog kon vertellen wat ik nu moet doen...” stamelde ze. “Wat wil je van je leven maken Nena, wat is jouw liefste wens?” Ze haalde haar handen door haar haren en pakte haar beide wangen beet. “Poeh! ja, dat weet ik niet meteen.... Ik wil gelukkig zijn, rust ervaren, genieten, blij zijn en energie voelen.” De bast van de boom trilde lichtjes, waarop de boom sprak. “Heb je de ingrediënten die daar voor nodig zijn? Is die basis aanwezig?” Nena kneep haar ogen dicht en knikte van ja, “die zijn er allemaal. Er is reden voor geluk, er is ruimte voor rust en ik heb het recht om blij te zijn. Maar de energie is er niet, die voel ik niet. ”Sprak ze met een toon waarin onmacht te horen was.
 “Lieve Nena”, sprak de Eik, “Die energie ga je krijgen als je dichter bij jezelf blijft, minder in je hoofd zit en meer met je gedachten in het nu leeft. Het ‘nu’ is hier. Voel je de energie?” Nena drukte haar lijf nog een keer stevig tegen de boom. “Ik voel jouw energie boom” sprak ze zachtjes. De eik trilde, dit keer van het lachen. “Mijn energie is er altijd, omdat ik hier ben, hier sta met mijn wortels diep in de aarde. Jouw energie is er ook als je minder waarde hecht aan alles wat je moet en meer aan alles wat er echt toe doet. Wat doet er echt toe Nena?” Ze begon rondjes om de boom te lopen en keek liefdevol naar alle dieren die voorbij kwamen. “Hier zijn!” sprak ze vol overtuiging. “Precies” zei de boom. “Hier zijn, doe je overal waar je bent, overal waar jij bent is hier! Snap je dat?” Nena keek omhoog de grote boom in. “Maar jij bent niet overal.” Ze keek om haar heen en dacht; overal zijn wel bomen, overal zijn wel dieren, vogels kom ik altijd tegen... “Ja! Ik heb het! Ik begrijp je!” Er ontstond een wakkere blik in haar ogen en een grote lach op haar gezicht. “Mijn gekke hoofd is altijd overal waardoor ik niet altijd hier kan zijn...” “Je denkt te veel hè?” zei de grote eik. “Ga nu lekker doen wat je wilde gaan doen voordat je mij voorbij fietste. Dit moment zal je je altijd blijven herinneren. Iedere boom die je tegen komt, weet wie jij bent en zal jou aan dit moment doen denken. Alle dieren zullen jou deze dag weerspiegelen. Je kan er niet omheen. Jij gaat jezelf veranderen en de energie weer in je lijf voelen. Vanaf vandaag Nena!”

Het was haar duidelijk. Na haar werkdag die ze met een glimlach had doorstaan kwam ze thuis en wandelde de tuin in. Ze was verwonderd. Een slinger van bloemen woekerde door de tuin. Prachtige kleuren en een heerlijke geur begroetten haar na een mooie werkdag. Ze voelde de verbinding. Thuis zijn, is thuis zijn, waren haar gedachten. Ze zette thee en genoot van het moment. De geluiden van de kopjes, het lopen van de kraan. “...Ik ben er” fluisterde ze met een glimlach en keek de tuin in.