In angst gevangen

Gisteren hadden ze nog een onvergetelijke dag. Samen in de stad, geslenterd door kleine straatjes. Zij had een shirt voor hem uitgezocht, waarover hij zijn twijfels had of het wel bij hem paste. Maar zij vond ’t hem prachtig staan. Haar blik was voor hem de reden om het shirt te kopen. Het terrasje waar ze samen hadden geluncht, was dezelfde plek waar ze elkaar voor het eerst hadden ontmoet. Hij werkte daar destijds in de bediening en zij kwam er regelmatig als klant een theetje drinken. Dat was alweer jaren geleden. Ze bleven iedere zomer het terras bezoeken, de herinneringen waren zo fijn. Tijdens de lunch ging het gesprek over waar ze met vakantie naartoe zouden gaan, zij wilde graag naar San Sebastian. De romantiek van de Spaanse stad wilde ze met hem in het echt beleven. Haar ogen hadden erbij getwinkeld. Spanje had op hem geen aantrekkingskracht, maar haar ogen hadden dat wel. Ze had hem naar meerdere, onvergetelijke oorden weten te verleiden. San Sebastian wilde hij ook wel met haar gaan verkennen. De dag was aan het strand geëindigd, waar de avond begon en ze samen de zonsondergang hadden bewonderd.

De volgende dag voelde, alsof alles een droom was geweest. Haar betraande gezicht en haar hand die zijn wang nog had gestreeld, terwijl ze zachtjes zei dat hij haar liefde was, maar zo niet verder kon. Hij had nog “Robbin alsjeblieft!” geroepen, maar ze deed de deur dicht. “Waarom kun je mij niet vertrouwen? Roos speelt geen rol tussen ons!” Wanhopig keek hij naar de dichte deur.

Roos was ooit zijn middelbare schoolliefde, ze waren een soort van broer en zus geworden. Ze spraken elkaar niet veel, maar ze belde Tom soms voor advies. Tom was een nuchtere en zorgzame man, die in mogelijkheden kon denken. Zijn vrienden deden graag een beroep op hem, net als Roos. Robbin voelde een soort van angst wanneer Roos in beeld was, ze wilde dat Tom het contact met Roos zou beëindigen. Tom had steeds zijn best gedaan om Robbin uit te leggen dat er niets is tussen hem en Roos, dat hij haar als een zus beschouwt. Robbin kon daar geen voorstelling van maken, zij wilde Roos niet in haar leven, ook niet als zijn zus. Meerdere malen had Robbin gedreigd met woorden als; “zij uit je leven of ik!” Tom vond dat overdreven, hij zag geen reden voor angst en wantrouwen want Robbin was zijn grote liefde, daar kon niemand tegenop.

Die zelfde ochtend had Robbin de display van Tom zijn mobiel zien oplichten en zag dat er een berichtje van Roos binnenkwam. Ze had niets gezegd. Een paar uur later vroeg ze Tom of hij nog wat van Roos had gehoord, hij had nee geantwoord. Hij was nog aan het nagenieten van de heerlijke dag die ze gisteren hadden gehad. Hij wist, dat als hij zou zeggen dat er een berichtje van Roos was, de stemming zou veranderen. “Je liegt!” zei Robbin kil en liep boos door de kamer “Je hebt beloofd nooit tegen mij te liegen!” Tom wist even niet wat hij moest zeggen. Hij wilde Robbin geen pijn doen, hij wilde niets liever dan eerlijk zijn en het samen goed hebben. “Ze heeft inderdaad een berichtje gestuurd, je mag het lezen. Ik wilde niet dat het onze dag zou verpesten, daarom zei ik nee” er viel een stilte “Ik wil niet dat zij in ons leven leeft!” had Robbin geschreeuwd. “ik kan dat niet veranderen Robbin” sprak Tom rustig “ze is er en zal er altijd zijn. Ik heb een stukje van mijn leven met haar gedeeld.” Robbin had de kamer verlaten en kwam later met haar ingepakte koffer terug.

De klap van de deur liet het huis trillen. Hij had nooit ingeschat dat Robbin deze stap zou nemen. Schrijnende pijn, onmacht, onzekerheid, zijn leven stortte in. Hij voelde haar hand nog op zijn wang, hoorde haar zachte stem, trillend van verdriet, maar ze was weg. Tom keek naar buiten, hij zag haar niet lopen. Wat moest hij doen, haar achterna gaan, tegenhouden? Hij schudde zijn hoofd, hij wist dat Robbin zich door niemand liet tegenhouden, al helemaal niet als ze boos was. Hij zette koffie en gooide de volume van de stereo open. De muziek waar ze samen van hielden maakte zijn tranen los.

Robbin was niet verder gekomen dan het portier van het trappenhuis. Iets in haar weerhield haar om de deur naar buiten te openen. Ze was op de traptrede gaan zitten. Haar handen trilden, haar hart voelde ze in haar keel en haar buik deed steeds meer pijn. Ze voelde dat ze deze man niet kon verlaten, hij was haar leven. Ze hoorde de muziek in het portiek, ze kon niet langer haar boosheid de ruimte blijven geven. Ze keek omhoog, stond op en liep langzaam naar boven. De sleutel kreeg ze met moeite in het slot, ze voelde geen kracht meer in haar handen. Haar lichaam was verslapt door emoties. Ze duwde de deur zachtjes open, Tom stond in de kamer ze keken elkaar recht in de ogen. Hij zette zijn kop koffie neer en hield haar stevig vast, ze voelde slap in zijn armen “Ik ben zo blij dat je terug bent gekomen lieverd, mijn hart was aan het verscheuren” haar ogen bleven tranen “ik zit gevangen in mijn angst en denken” sprak ze zacht “ik zat beneden aan de trap en kon niets meer. Ik hou van jou, maar Roos maakt mij zo bang” Tom hield haar stevig vast en keek diep in haar ogen. “Roos doet niets lieve schat, jij maakt jezelf bang voor haar. Zie dat alsjeblieft onder ogen.” Hij kuste haar voorhoofd in de hoop dat ze zijn woorden begreep. “Ik houd mijzelf in angst gevangen, het doet pijn om uit te spreken, maar het voelt bevrijdend.” Haar stem was zachter dan zacht, ze duwde haar hoofd tegen zijn borst en huilde haar spanning los. De muziek bracht hen samen in beweging, wiegend in zijn armen voelde ze haar kracht in haar lijf terugkeren.  

26-08-2015 Blog.png