Zijn

“De wereld ligt aan je voeten” sprak haar vader “maar jij maakt er een puinhoop van!” Boos liep hij de kamer van zijn dochter uit. De deur viel met een knal dicht. Het meisje zat gebogen aan haar bureau met d’r handen tegen haar oren. Het kwam altijd op hetzelfde neer. Ze kon het niet goed doen. Tenminste, niet voor haar vader. Ze opende haar dichtgeknepen ogen en zag dat het vel papier wat voor haar lag, haar tranen opving. Het maakte haar niet meer uit. Ze kon alleen maar kijken naar hoe de inkt nieuwe vormen aannam. 

De dag ervoor had ze nog met zoveel plezier gewerkt aan haar schema. Ze had haar tijd ingedeeld voor college, studie, werk en haar zo geliefde toneelschool. Een drukke agenda waarvan ze niets wilde missen, nou ja al gaf haar studie niet echt plezier. Het was niet helemaal haar eigen keuze geweest. Ze had liever nog een jaartje bedenktijd gehad omdat ze niet wist welke richting ze wilde opgaan. Die tijd kreeg en nam ze niet. Vader had haar een voorstel gedaan om rechten te gaan studeren en wilde dat voor haar betalen. Met haar gedachte dat het voor alle beroepen wel handig kon zijn, had ze met enige aarzeling het aanbod aangenomen. Na een jaar ontdekte ze dat het theater haar passie was.

In de stad was een kleine toneelschool waar ze, na een auditie, was toegelaten. Ze vond een baan waardoor ze het zelf kon bekostigen. Vader was niet blij met de keuzes van zijn dochter. Hij had gezegd dat het ten koste van haar studie zou gaan. Vanaf dag één had ze haar vreugde niet met hem durven delen. Iedere glimlach die het haar gaf, hield ze voor hem verborgen. Het leek alsof hij al zijn vertrouwen in haar verloren had. Steeds als ze met iets anders bezig was dan met haar studie, kreeg ze een boze preek van hem.

Door het maken van een schema dacht ze beter haar taken te kunnen verdelen, zodat ook haar vader kon zien dat haar studie er niet onder te lijden had. Ze had het schema op het gezamenlijke prikbord gehangen. Hopend dat er nu meer rust zou komen en al die preken zouden stoppen. Nog meer hoopte ze op het vertrouwen van haar vader, maar toen deze een paar minuten in stilte voor het schema had gestaan, liep het geheel anders. Vader rukte het vel papier van het bord en al schreeuwend liep hij richting haar kamer. “Denk je nou echt dat ik iedere dag wil zien en lezen hoe jij je leven aan het verprutsen bent?” en gooide het schema voor haar neer. “Je bent mij alles waard, maar je gooit wat ik je geef respectloos weg. Een beetje toneelspelen voor je vader! De wereld ligt aan je voeten, maar jij maakt er een puinhoop van!” 

Alle andere keren wist ze wat terug te zeggen, hopende om hem te kunnen overtuigen dat het allemaal goed zou komen. 

Ze wreef met haar handen de inkt onleesbaar door het schema. Ze voelde zoveel onmacht. Het licht van de maan glinsterde door het raam, ze stond op en schoof de gordijnen verder open. “Wat moet ik nu” sprak ze zachtjes. “Ik geloof zo in mijn weg die ik nu volg. Hoe kan ik hem laten geloven dat het allemaal goed komt met mijn studie?” De maan had een sterke aantrekkingskracht op haar. Deze was zo vol en helder ze volgde haar door de sterrenhemel en kwam tot rust. Angst en onmacht verdwenen. “Gewoon zijn” fluisterde ze na een tijdje “Zijn”. Ze dacht aan haar moeder en herhaalde nogmaals haar woorden die ze op haar sterfbed had gezegd, “Gewoon zijn” Voor het eerst zag ze in deze woorden een andere betekenis. “Ik moetzijn’, dat is het! Net als de maan, die maakt zich ook niet druk over wie wel of niet in haar krachten gelooft, zij is er gewoon.” Ineens voelde alles zo helder en goed. “Ik ga geen discussie meer aan” zei ze zachtjes. “Ik laat mijn vader zijn wie hij is. Als hij met zijn angsten, mij wantrouwt, zal hij over een tijdje weten dat hij mij wel had kunnen vertrouwen. Ik ga niet meer proberen hem te overtuigen dat het goed komt. Ik ga gewoon ‘zijn’ en ik laat hem zijn.” Ze liep naar de wastafel en spoelde haar gezicht schoon. In de spiegel gaf ze zichzelf een glimlach en keek weer naar de maan. “Dank je mam!” zei ze opgewekt. Ze liet de gordijnen open en kroop haar bed in.

De volgende ochtend zat haar vader, zoals iedere ochtend, aan de keukentafel de krant te lezen. Ze gaf hem een kus en zei “Ik hou van je pap”. Hij keek op en pakte haar hand vast “Ik hou van jou Luna”