De kracht van vertrouwen

“Dit is het! Geen vooruitzicht, we hebben geen vat op de situatie.” Joris legde de brief op tafel en ging zitten terwijl hij zijn vriend Karel wanhopig aankeek. Hij hoopte met deze woorden ook Karel te overtuigen dat het een verloren zaak zou zijn en er niets meer te redden was. Maar Karel keek Joris niet aan, hij zei even niets. Karel wist dat als hij Joris gelijk zou geven, ze ook echt geen vat meer op de situatie zouden hebben. “Er zullen mogelijkheden zijn, alleen zien wij die nog niet” sprak Karel kalm en liep richting het aanrecht om de laatst gebruikte kopjes in de vaatwasser te zetten. Joris voelde een boosheid opkomen en verhief zijn stem. “Hoe kan jij zo rustig blijven en doen alsof er niets aan de hand is? Waarom zie je niet in dat we beter kunnen stoppen?” Karel draaide zich om en keek Joris aan, “Stoppen kan altijd nog, ik heb het gevoel dat er nog mogelijkheden zijn. laten we dat afwachten. Ik ga nu naar de supermarkt, want de vaatwas-blokjes zijn op.” Hij pakte zijn jas en verliet de keuken. Joris voelde een enorme onmacht en liet zijn tranen gaan, hij herhaalde de woorden van Karel, “laten we dat afwachten? Afwachten, waar wil hij in hemelsnaam nog op wachten?” 

Er kwam Joris niets meer uit handen, hij kon alleen maar denken aan alles wat mis ging. In zijn gedachten speelde de ene ramp scenario na de ander zich af. Alles wat fout kon gaan kwam aan bod. Hij werd er moedeloos van en voelde zijn energie uit zijn lijf stromen. Zijn gedachten maakten hem moe en hopeloos. Hij bleef gebogen zitten, leunend aan de eettafel.

Karel kwam de keuken weer binnen, pakte de boodschappen uit en zette de vaatwasser aan. Ze zeiden even niets tegen elkaar. Twee mannen die al jarenlang het leven deelden in vooral veel voorspoed, kwamen nu samen in een dal terecht, ieder op zijn eigen manier. 

“Stel dat het waar is dat we geen vat meer hebben over hoe we ervoor staan, wat zou je dan nu als eerste gaan doen?” vroeg Karel aan zijn vriend. Joris hief zijn hoofd omhoog, “Denk jij ook dat we het op moeten geven?” en voelde een diepe pijn. “Nee” sprak Karel “daar geloof ik niet in, maar wat zou je gaan doen als je jouw gedachten gelooft?” Joris keek omhoog, deze vraag vroeg om een helder hoofd, het bracht hem in verwarring. “Ik wil niet opgeven Karel, maar ik weet ook niet wat we moeten doen,” weer keek hij Karel wanhopig aan. “Laten we dan samen onderzoeken wat we kunnen doen om succesvol en met vertrouwen uit dit dal te klimmen, in plaats van te gaan hangen in onmacht, want daar bereiken we niets mee.” Joris voelde een beweging in zijn lijf ontstaan, er ontstond meer energie “Dit had ik nodig” sprak hij. Karel pakte de brief en schreef er met grote letters op: Het fundament is inmiddels gelegd, de bouwstenen zijn onderweg!