Stromende liefde

Aan de rand van een rustig beekje, zat een oude vrouw op een grote kei. Ze liet haar blote voeten door het stromende water masseren. Het beekje was omringd door een prachtige omgeving, waar vogelgezang samen met het geruis van water een harmonisch geheel vormde. Aan de overkant van het beekje stond een jonge vrouw aan het water. Ze zette haar rugtas op de grond, trok d’r gympen en sokken uit en haalde een flesje uit de rugtas. Het flesje drukte ze tegen haar borst en liep ermee het water in. Terwijl ze het dopje van het flesje draaide zag ze de oude vrouw zitten.

De beide dames keken elkaar aan, “Wat brengt jou hier?” vroeg de oude vrouw vriendelijk. “Mijzelf.” Zei de jonge vrouw “Ik verlang naar rust in en om mij heen en wil wat ellende van mij in dit beekje achterlaten” Ze hief het flesje een stukje omhoog. “Dit zijn mijn tranen die ik heb gehuild van verdriet en liefde” ze keerde het flesje om en goot het zoute vocht in de stroming van het beekje. “Ik laat mijn verdriet hier achter. Ik heb zo in de liefde geloofd, maar het heeft mij alleen maar verdriet gegeven.” De oude vrouw glimlachte voorzichtig, “Geloofde je in de liefde, of was het de verwachting waarin je geloofde? Wie verwachtingen van de liefde heeft en deze wil vormen, zal zichzelf teleurstellen en door angst niet meer in liefde durven geloven” De jonge vrouw keek haar onbegrepen aan. “Heeft u ooit lief gehad? Echt van iemand gehouden? Zoveel, dat u alles wat belangrijk voor u was aan de kant heeft gezet om samen te kunnen zijn?” Met haar hand op haar hart en betraande ogen liep ze naar de oude vrouw. “Ja”, sprak de oude vrouw. “ik heb lief gehad en heel veel van mensen gehouden, dat doe ik nog. En nee, ik heb nooit alles aan de kant gezet wat belangrijk voor mij was, want mijn eigenliefde heeft altijd voorop gestaan. Realiseer je wel kind, hoe ontrouw je naar jezelf bent geweest?” De jonge vrouw was stil en knikte, “Ik heb nog nooit zoveel van iemand gehouden” sprak ze zacht. “Ik zag een prachtige toekomst voor ons liggen waarin ik geloofde, maar het liep totaal anders.” 

De oude vrouw bestudeerde de prachtige omgeving en pakte de hand van de jonge vrouw vast. “Kijk eens om je heen, is dit niet een plek om heel veel van te houden? Alles hier is zo puur en vormt los van elkaar één geheel. Het creëert samen een vorm, waarin alles zijn eigen energie kan laten stromen. Ieder voor zichzelf om zo in harmonie, één gezond geheel te kunnen zijn." Ze keek de jonge vrouw diep in de ogen, “Iemand liefhebben is niet anders dan dat. Het gaat om wat er is, om wie jij bent en of dat samen in harmonie kan stromen. Ieder voor zich en samen één voelen.”